GIROMAGNY-POLLEGIO

 Hier volgt het reisverslag van de E5 en E1 route ofwel het vierde deel van onze tocht naar Rome, gelopen door Trudy & Omère Voshaart, van 13 mei tot en met 2 juni 2001, afstand zo'n 552 kilometer. Op 12 mei vertrokken we per openbaar vervoer naar Giromagny. In de trein kwam er een man naar ons toe, die vroeg of wij Trudy en Omère Voshaart waren. Verbaasd knikten wij "ja". Hij had onze Web-site met foto's gezien en herkende ons. Heel leuk natuurlijk. Hij wandelde de GR5 naar Nice. Aangekomen in Belfort in hetzelfde hotel geslapen van vorig jaar en de volgende morgen met de bus naar Giromagny om de wandeltocht aan te vangen.

Dag 1, zondag 13 mei 2001, Giromagny-Etueffont

's Morgens vroeg om zeven uur opstaan zoals gewoonlijk. De bus zou om acht uur vertrekken, maar helaas er kwam geen bus. De hotelbediende begreep er niets van en belde een taxi voor ons. Wij lieten ons zo dicht mogelijk bij de kruising van de GR5 en E5 brengen. Na even wandelen kwamen wij een boer tegen die ons vertelde, dat het pad, de Mont Rouchon, op niet begaanbaar was. We moesten teruglopen naar Giomagny om vervolgens de GR5 route noordwaarts naar de kruising met de E5 te lopen. Na 2½ uur lopen waren we op ons startpunt.

Eerst even broodje eten in een schuilhut en ik vroeg aan een mountainbiker hoe ver het was naar Rome. Hij zei niet ver meer. Ik denk dat mijn Frans erg slecht is. De eerste twee uur waren zwaar, veel klimmen en dat zijn we al een tijdje niet meer gewend, laat staan met 13 kg. op je rug. De beklimming van de Tête des Mineurs was ook heel zwaar met hellingen van 45%. Eenmaal in Etueffont aangekomen hebben we een Gïte gevonden en dus maar gestopt. Het was immers de eerste dag en moederdag, dus even aan het vrouwtje denken. De Gïte Chambre D'hôtel Astride Elbert was fantastisch, goed eten, slapen en ontbijt.

Omère.

Dag 2, maandag 14 mei 2001, Etueffont-Suarce

Na een goed ontbijt, hadden we er weer zin in. inmiddels een beetje gewend aan de rugzak, liepen we veel door bossen. Veel blubber. Onze schoenen zagen er niet uit.

We kwamen door dorpjes, waar weinig te beleven viel. Om 11.00 uur hadden we toch al ongeveer 12 km gelopen. In Montreux-Château onze eerste terras stop. Toen begon het te regenen en onweren. Even afwachten en toen het weer droog was, gingen we weer. Onderweg begon het weer te regenen en besloten onze capes aan te doen. We liepen door naar Suarce, waar dus niets is. Geen hotel, geen winkel. Heel brutaal hebben wij bij mensen gevraagd of we konden overnachten. Na wat aarzelen was dit goed. We hebben lekker gegeten bij de vrouw des huizes. De mensen spraken gebroken Duits en hadden hun oude boerderij in 4 jaar tijd helemaal gerestaureerd.

Trudy.

Dag 3, dinsdag 15 mei 2001, Suarce-Liebsdorf

''s Morgens vroeg opstaan met stromende regen. Eerst voortreffelijk gegeten bij onze gastvrije gepensioneerde sportleraar in zijn boerderij. De gastvrouw wist niet wat zij voor het slapen en eten moest vragen. Het was de eerste keer dat zij zoiets mee maakte. Ik gaf ze 400 frank en dat was, vond zij veel te veel en wou 200 frank teruggeven maar dat namen wij niet aan. Als dank kregen wij nog brood en een fles wijn mee voor onderweg. Ik denk dat die mensen niet weten hoe zwaar een fles wijn is voor in je rugzak, maar ik kon dit niet weigeren, het zou een belediging zijn, wijn uit hun streek niet te accepteren. We liepen de hele dag in de regen op modderpaden en zelfs honderden meters in een modder spoor van een tractor wat een halve meter diep was. Onderweg geprobeerd geld te pinnen, maar dat is in een normaal dorpje niet mogelijk. Uiteindelijk in Liebsdorf een hotelletje gevonden, onze doordrenkte schoenen schoongemaakt en na 5 uur, toen het ophield met regenen en de zon eenmaal scheen, ze te drogen gezet op het balkon. Intussen hebben we onze fles wijn op het balkon opgedronken. Het smaakte voortreffelijk, nu kijken wat we te eten krijgen.

Omère.

Dag 4, woensdag 16 mei 2001, Liebsdorf-Delémont

Het weer was prima. We moesten veel stijgen, voor Omère extra moeilijk omdat hij verkouden was en zich niet lekker voelde. Veel door bos gelopen, dan weer door open veld. Bij Lucelle, nog Frans, op een terrasje wat gedronken.

Toen begon het te regenen. Capes om en weer lopen. De E5 route werd niet meer aangegeven, dus veel op de kaart gelopen. We dachten dat we verkeerd liepen, maar dankzij Omère's goed gevoel voor richting, kwamen we toch goed uit. Inmiddels prachtig weer en bij een boer onze lunch, twee yochurtjes, opgegeten.

We vonden dat we niet opschoten. Nog 3½ uur lopen naar Delémont. Puf, puf. Intussen sloeg het weer radicaal om en begon het te regenen en onweren. Bij een hutje geschuild, maar het hield niet op. We kregen het ook koud. Toch maar weer doorgelopen. Veel dalen en langs een slecht smal glibberig pad kwamen we in Delémont aan.

Trudy.

Dag 5, donderdag 17 mei 2001, Delémont-Fringeli

Gisteren snel gedaald naar een stadje aan een klein riviertje. Je weet inmiddels dat de meeste stadjes in een dal liggen, dus de volgende morgen weer klimmen het dal uit. We stonden op met regen en dan nog klimmen van zo'n 400 meter naar meer dan 800 meter hoogte is zwaar, zeker als je eerst nog met een verkeerde weg de stad uit gaat. Dit betekende weer terug naar beneden en dan weer omhoog, één uur verloren. Na 2 uur sterk klimmen volgde we een bospad over kammen van bergen de "Cötesurle Bambois" in de Jura met regelmatig klimmen en dalen. Rond de middag kwamen we langs een jeugdhuis, het eerste teken van leven, maar niets te krijgen, dus onze gisteren gekochte broodjes opgegeten.

Inmiddels kwam er zeer snel dichte mist opzetten, we konden nog maar slechts 10 meter voor ons uitkijken. Een paar uur later kwamen we bij een Auberge, daar wat gedronken en gevraagd hoe ver het was naar de volgende slaapplaats. De eigenaar vertelde ons dat het nog ongeveer 4 uur lopen was. We dachten, dat zal voor ons met dit slechte weer, want het regende nog steeds, en zware bepakking wel 5 uur worden. We keken elkaar aan en besloten vandaag niet verder te lopen. We bleven slapen en namen geen risico, want het zou dan veel te laat worden. Het was duidelijk te zien dat we al meer dan een dag in Zwitserland waren, alles zag er veel netter en opgeruimder uit. Ook was het duidelijk te merken aan de portemonnee, want alles is er duur.

Omère.

Dag 6, vrijdag 18 mei 2001, Fringeli-Wasserfal Passwang

We stonden weer op met regen. Niet leuk om zo de dag te beginnen. Om 8.00 uur met capes om gaan lopen. Het was koud. We moesten naar de "Hohe Winde" een berg van 1204 meter hoogte, dus veel kimmen. Na 3 uur kwamen we bij een oud boertje, die ons koffie aanbood, gemaakt in een oude pan. De tijd had hier 50 jaar stil gestaan. Omère trok droge sokken aan. We sopten in onze schoenen. Het werd steeds zwaarder, maar het weer knapte op. Af en toe een flauw zonnetje. Net na de middag bereikten we de "Hohe Winde". Ze vertelde ons dat het er gisteren nog had gesneeuwd. We daalden af en zagen een schuilhut, waar we onze broodjes opaten. Het pad werd beter en gauw loop je dan wat kilometers. Ik werd vreselijk moe, maar we waren er nog niet. Bij een restaurant koffie gedronken en die mevrouw vertelde ons dat er over ongeveer 3 km een hotel was bij de watervallen. Weer veel klimmen en na een glibberig pad, kwamen we eindelijk heel moe bij het hotel aan. Het was een soort Gïte met een restaurant. Kacheltje aan om de sokken en schoenen te drogen en op naar het restaurant. De eigenaresse vroeg ons waar we vandaan kwamen en gelijk werd er een atlas opgezocht om te kijken waar Nederland dan wel lag. Er was veel bewondering voor onze tocht.

Trudy.

Dag 7, zaterdag 19 mei 2001, Wasserfal Passwang-Froburg

Afgelopen nacht goed geslapen, vroeg weer op en om 8.30 uur vertrokken. De lucht was kraakhelder maar het was maar 4°C, erg koud dus. De gastvrouw vertelde ons dat het vanaf januari elke dag had geregend, maar vandaag voor het eerst niet. We begonnen weer met een steile klim van ongeveer 1 uur.

Al na 15 minuten hadden we een prachtig uitzicht op de Alpen met daarop de sneeuw. Na ongeveer 2 uur en een moeilijke afdaling kwamen we in een dorp Langebruck. In het dorp inkopen gedaan voor het middageten en toen weer stijgen naar de 1098 meter. Vanaf dit punt af hebben de hele dag een prachtig pad gehad met hele stukken vlak, dat is hier iets bijzonders. De Alpen met de mooie sneeuw er op bleven regelmatig rechts van ons in zicht. Het is eigenlijk de eerste dag dat we echt hebben kunnen genieten van het mooie Zwitserland, nu het mooi weer is. Het land is schoon, de mensen vriendelijk, behulpzaam en gastvrij. De mensen vinden het helemaal niet erg als je met je blubberschoenen de winkel of een hotel inloopt. Je verontschuldig je maar iedereen zegt, loop maar door. Om 17.00 uur vonden we een prachtig hotel in Froburg. Op het terras, met uitzicht op de Alpen, een heerlijk biertje genomen Het was echt het Zwitsers ......... gevoel.

Omère.

Dag 8, zondag 20 mei 2001, Froburg-Brugg

Slechte nacht gehad. Omère blijft maar hoesten. Een schitterende dag. Heel afwisselend. Dan weer bos en dan weer in open veld, waar we schitterende uitzichten hadden. We kwamen vandaag veel mensen tegen, het was zondag. Die Zwitsers lopen gestaag de berg op, terwijl wij om de zoveel tijd moeten rusten. De "Milka" koeien klingelen er op los. Op een terras heerlijk koffie gedronken. We bleven veel op dezelfde hoogte, wat lekker opschoot. In Linn wilden we een hotel nemen, maar helaas er was er geen. Dan maar door naar Brugg, een vrij grote stad. Gelukkig vonden we daar een hotel, want onze voeten begonnen aardig vermoeid te raken. Lekker douchen en een bord krachtvoer. (spaghetti)

Trudy.

Dag 9, maandag 21 mei 2001, Brugg-Dielsdorf

's Morgens vroeg weer op pad. Tot Baden liep de tocht vlot en het was er mooi. Eenmaal in Baden aangekomen eerst eens naar de bank, want pinautomaten vindt men niet op het platte land.

Eten voor de middag ingekocht en wat gedronken op het terras aan de rivier Limmat. Weer frisse moed om de tocht voort te zetten, dat was wel nodig. Het was voorlopig alleen maar klimmen. Vanaf de rivierbedding gingen we eerst met trappen naar een hoogte van 430 meter, of er nooit een einde aan kwam. Toen lopend kilometers lang tegen een helling tot 859 meter hoogte. Met de zon op mijn inmiddels karig bedekt hoofd steeg mijn lichaamstemperatuur tot de maximale hoogte. Na twee uur waren we op het hoogste punt en ik had geen droge draad meer aan mijn lijf. Op een punt met een mooi uitzicht onze maaltijd genuttigd en het lichaam even rust gegeven.

Daarna zijn wij rustig afgedaald en bereikten wij even na vieren Dielsdorf. Het was warm en we moesten mijn inziens verder door open veld, dus besloten wij maar te stoppen. Het was maandag, meeste hotels gesloten.

Omère.

Dag 10, dinsdag 22 mei 2001, Dielsdorf-Andelfingen

Eerst naar de apotheek om voor Omère iets tegen de hoest te kopen. 's Nachts blaft hij zijn longen uit zijn lijf. Toen weer op pad en dat ging lekker vlot. Dezelfde hoogte en na twee uur hadden we al 10 km er op zitten. Terrasje gepikt en toen werden we gestraft. Ongeveer anderhalf uur stijgen. Wat vermoeiend is dat toch. Lekker onze lunch in het bos opgegeten. 's Middags hebben we heerlijk gewandeld in bos en open veld. Onze water flessen gevuld bij een bron. Zwitserland is erg schoon. Er rijden mooie auto's en veel mensen op de fiets. Het is er wel erg duur, twee maal zo duur als in Frankrijk, maar het eten is er lekker en de kamers zien er verzorgd uit. Om 17.00 uur ons hotel bereikt. Omère denkt er over na de volgende keer geen tent (3 kg.) mee te nemen.

Trudy.

Dag 11, woensdag 23 mei 2001, Andelfingen-Steckborn

Van morgen weer met frisse moed begonnen, het was mooi onbewolkt weer. Het landschap waardoor wij liepen was mooi en heuvelachtig. De wegwijzer gaf aan, naar Stein am Rhein 4.30 uur. We hadden de pas er goed in en waren binnen 4 uur in Stein am Rhein.

Vanaf Steim am Rhein liepen we naar Stockborn via mooie licht golvende paden. Het uitzicht over de Untersee was mooi, maar we liepen wel grotendeels in open veld. Bij een temperatuur van 27 graden en geen wind vonden we 30 km wel genoeg voor vandaag. Twee hotels af geweest maar waren vol. Het derde hotel had genoeg plaats, maar toen de stokoude opgeschilderde eigenaresse de kamer liet zien, begrepen we eigenlijk waarom er niemand sliep. Na beraad, toch maar genomen, het was de laatste in het dorp.

Een ontbijt konden we ook niet krijgen, maar we hadden nog wat brood gekocht vanmiddag. Voor het slapen gaan kwamen we tot de ontdekking dat het morgen Hemelvaartsdag is. Dat zien we morgen wel weer.

Omère.

Dag 12, donderdag 24 mei 2001, Steckborn-Weinfelden

Met twee broodjes op als ontbijt gingen we weer op pad. Vlak langs de spoorlijn.

Om 10.00 uur onze eerste stop. Het werd steeds heter en het zweet gutste van ons lijf. Onderweg kregen we een bos radijs van een boer, weer vitaminen. We kwamen veel dorpjes tegen en in het open veld steeg de temperatuur. 's Middags hebben we een half uur verkeerd gelopen, wat met dit weer veel energie kost.

We kregen veel leuk commentaar als je zegt dat je via Nederland naar Rome loopt, zo ook 's middags op het terras. De landkaarten kwamen op de tafel en men is zeer geïnteresseerd. Leuke mensen, die Zwitsers. We moesten daarna nog één uur en drie kwartier. Ik was erg moe, maar in grote plaatsen vindt men nu eenmaal de hotels. En die vonden we. Lekker gegeten en gauw naar bed.

Trudy.

Dag 13, vrijdag 25 mei 2001, Weinfelden-Mülau

Het was weer eens een prachtige wandeling, de middagtemperatuur van ongeveer 25°C met af en toe een flauw windje. De hoogteverschillen waren mijn inziens niet meer dan 100 meter. Ook kreeg ik het gevoel dat we wat meer gewend raken aan dat telkens maar weer klimmen. In de middag kregen we even weer een uitzicht over de besneeuwde Alpen, die we al een paar dagen uit ons gezichtsveld miste. Ook ontbrak er hier en daar, op het platte land, aanwijzingen van de route, terwijl er her en der zo veel wandelroute aanwijzingen staan dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Gelukkig hebben we van dit gebied een goede gedetailleerde kaart van 1:50000. Dit is wel aan te raden want anders weet je niet meer welke bordjes je moet volgen. De Zwitsers houden van wandelen en hebben zo ontzettend veel wandelwegen uitgezet dat je naar elk dorp wel een wandelweg hebt in dit gebied. Op het einde van de middag begon het weer te onweren, dus snel een hotel gezocht. Eten konden we als we met de pot van 80 andere gasten meeaten. Het eten was voortreffelijk.

Omère.

Dag 14, zaterdag 26 mei 2001, Mülau-Laad

Het begon vanmorgen al weer vroeg met klimmen. Het weer was prachtig. Niet te klagen, maar we schoten maar slecht op, 2½ km per uur. Na een terras stop liepen we helemaal verkeerd, we moesten naar Wattwil, maar kwamen ergens anders uit. Weer veel klimmen en met een kleine omweg kwamen we uiteindelijk 1½ uur later in het stadje aan. Twee T-shirts gekocht. Omère had er een in het hotel laten liggen. We besloten nog verder te gaan, maar wat had ik een spijt.

Alleen maar klimmen, en geen vooruitzicht op een hotel. Na een flinke huilpartij (ik zag het niet meer zitten) vonden we eindelijk een vakantieboerderij. Met een pilsje zakte de vermoeidheid snel. Helemaal na een douche en een lekkere broodmaaltijd van de gastvrouw.

Trudy.

Dag 15, zondag 27 mei 2001, Laad-Pfäffikon

Bij de vakantieboerderij goed geslapen, maar de boer inclusief zoons en dochters hadden geen vakantie. De boerderij lag op een steile helling tussen de 900 en 1200 meter. De zoons hadden gisteren gemaaid en vandaag moesten de kinderen het gras met de hand bij elkaar harken. We gingen weer om 8.00 uur wandelen. Nog een klein stukje omhoog en voor de rest van de tocht dalen tot we aan de Zürichsee bij Schmerikon aankwamen. We liepen toen vlak met 27°C en bijna geen wind 10 km langs het meer. Eenmaal aangekomen bij Rapperswil gingen we de pas deels nieuwe voetgangersbrug bij een dam over. Deze dam ligt dwars over de Zürichsee en verbindt Rapperswil met Pfäfficon over een afstand van ongeveer 2½ km.

Eenmaal aan de overkant aangekomen, hebben we snel een hotelletje gezocht, want tijdens de lange wandeling langs het meer zagen we de hoge bergen met sneeuw waar we tegenop moesten. We dachten dat is voor morgen, als we weer fit zijn.

Omère

Dag 16, maandag 28 mei 2001, Pfäffikon-Alpthal

Vanmorgen vroeg al een goede klim. Het went nooit. Geen droge draad meer aan je lijf. We moesten 3 km over een dam lopen, de Sihlsee over. Aan de andere kant gekomen hebben we onze gekochte lunch in de schaduw van een boom opgegeten. Het was inmiddels 29°C. Algauw daarna kwamen we aan bij een prachtig klooster in Einsiedeln, het grootste van Zwitserland. De beschilderingen en altaars in de kerk waren magnifiek. Héél indrukwekkend.

Het was inmiddels 14.00 uur en besloten nog 2 uur te lopen naar Alpthal. In de zinderende hitte vervolgde we onze weg. In Alpthal konden we gelukkig een "Zimmer" krijgen. De gastvrouw was zo aardig voor ons te koken, wat ze normaal nooit deed. Het bord spaghetti ging er dan ook goed in. Morgen weer een klim, we willen al om 7.30 uur gaan lopen, want 's morgens is het nog koel.

Trudy.

Dag 17, dinsdag 29 mei 2001, Alpthal-Sisikon

Al om 7.30 uur vertrokken. Ik had het goed ingeschat, eerst drie kwartier langs een matig stijgende weg en toen drie kwartier langs een onbegaanbaar bergpad stijl omhoog, klimmen van 996 meter naar de 1406 meter hoogte. Even uitrusten bij het eindpunt van een skilift. De ober vroeg ons waarvoor wij zo zwaar moesten boeten met zo'n rugzak op en dan deze helling. Dit deel is ook een gedeelte van het Jacobs pad.

De hele dag bleef het klimmen en dalen, telkens over grote afstanden, slechte paden en zinderende hitte van zo'n 29°C, tot Sisikon aan de Urnersee. Ondanks de vroege start waren we pas om 16.30 uur bij een hotelletje in Sisikon. Ik moest lang zoeken naar nog een droge draad textiel aan mijn lijf te kunnen vinden. We hopen morgen een wat minder moeizame dag te hebben. We hebben de hele dag uitzicht gehad op bergen met de eeuwige sneeuw.

Omère.

Dag 18, woensdag 30 mei 2001, Sisikon-Gurtnellen

De waard had eten klaargezet, hij had een vrije dag. Wat inkopen gedaan. Het zou weer een warme dag worden. We liepen langs het meer, naar beneden dan weer omhoog. Gemiddeld bleven we op gelijke hoogte, wat ook wel eens lekker is. De hoge sneeuwbergen komen steeds dichterbij. We naderen de St. Gotthard spoedig. We zijn omringd door bergen, met naast ons de eeuwig kolkende rivier. Men ziet het water van de bergen storten. Deze kolkende rivier volgen we de hele middag.

We hebben goed de pas er in en lopen de ene kilometer na de andere. Veel water drinken is ons motto. We zweten het allemaal weer uit en moeten weinig naar de WC. Uiteindelijk na een paar moeilijke beklimbare paden kwamen we bij een hotelletje, waar het pilsje en een lekkere douche ons altijd weer goed doet. En klein grapje, mijn onderbroek viel van twee hoog, waar het hing te drogen, het raam uit op het terras. Grote hilariteit bij de gasten.

Trudy.

Dag 19, donderdag 31 mei 2001, Gurtnellen-St. Gotthard

Onrustige nacht gehad. We sliepen in een "Bahn-Hotel" en er denderde de hele nacht per kwartier een trein voorbij. Waar zouden die allemaal heen gaan? De St. Gotthard onderdoor? 's Morgens een fantastisch ontbijt en we konden er tegenaan. Het werd ook een onrustige dag. We moesten van ongeveer 800 meter naar de 2091 meter hoogte. We liepen bijna continue langs een kolkende watermassa, die met donderend geweld tussen de rotsblokken naar beneden stortte, een oorverdovend lawaai. De paden waren afwisselend van goed tot zeer slecht. Net als het weer, dan droog dan weer regen. Eenmaal in het plaatsje Hospintal aangekomen, besloten we door te gaan tot bovenaan op de St. Gotthard. Onze adrenaline steeg naar mate we de sneeuw naderde. Zouden we het halen? Natuurlijk het moest.

De laatste 2½ km konden we niet meer via het St. Gotthard pad lopen, het was totaal ondergesneeuwd, dus onbegaanbaar. We besloten via de St. Gotthard pas verder te lopen, en ja hoor om 17.00 uur waren we boven. Het was er erg koud en er lag plaatselijk nog 3 meter sneeuw. We hadden echter wel pech, het hotel was nog gesloten en ging pas morgen open. Een medewerker, die voorbereidingen aan het treffen was, wilde ons wel naar een hotelletje beneden in Airolo brengen om te slapen, ongeveer 13 km verder. Hij vertelde ons dat er in maart nog 14 meter sneeuw lag. Vanavond maar weer goed eten, vroeg slapen en ons morgen maar weer naar boven laten brengen, om onze tocht te vervolgen.

Omère.

Dag 20, vrijdag 1 juni 2001, St. Gotthard-Osco

Het was goed weer. We hebben ons door de kok van het St. Gottard restaurant weer vanaf Airolo naar boven laten brengen. Het was er gruwelijk koud.

We liepen eerst langs de weg over de St. Gottard pas tussen sneeuw wallen van minstens 5 meter hoog. Het wandelpad wat wij moesten lopen was het eerste stuk totaal ondergesneeuwd en was absoluut onbegaanbaar. Na een paar km namen we het inmiddels begaanbare pad op. Na enige tijd wandelen moesten we nog een gletsjer oversteken, waar Omère met zijn voeten gaten hakten. Voorzichtig volgde ik hem in zijn voetsporen. Even na elven waren we weer beneden in Airolo, waar we de nacht ook hadden doorgebracht. Wat boodschappen gedaan en daarna weer verder. We liepen van dorp naar dorp. Soms klimmend soms dalend. Toen we in een dorp kwamen waar we wilden overnachten, was er geen slaapplaats. Nog 6 km langs een slecht pad naar beneden. De mensen praten hier al Italiaans en dus voor ons niet te verstaan.

Uiteindelijk kwamen we bij een hotelletje in de middle of nowhere. Het einde begint in zicht te komen, misschien nog 4 dagen tot de Italiaanse grens.

Trudy.

Dag 21, zaterdag 2 juni 2001, Osco-Pollegio

Na een nacht goed slapen begonnen we aan een lange tocht langs een moeilijk bergpad.

We zullen tenslotte afdalen van meer dan 1000 meter hoogte naar ongeveer 400 meter hoogte, het plaatsje Pollegio langs de Ticino rivier. Onderweg kwamen we een bordje tegen waarop stond "met hoog water omleiding volgen". Maar zoals wij Hollanders zijn is geen water te hoog, dus gewoon doorlopen. Daar kwamen we snel achter. Na ongeveer een half uurtje lopen kwamen we bij een riviertje waar het water met geweld naar beneden kletterde. We konden niet zoals we wel eens eerder deden, via steen naar steen de overkant bereiken. Goede raad is duur ofwel ijskoud. Schoenen en sokken uit en op blote voeten door het net gesmolten ijswater naar de overkant. Na nog een aantal flinke afdalingen behaalde we rond 17.00 uur het dorp Pollegio waar we snel een hotel hadden. Lekker eten en weer op tijd naar bed.

Omère.

Zondag 3 juni 2001, Pollegio

Hoe moeizaam of onbegaanbaar de paden ook waren de wandeltocht was tot gisteren probleemloos verlopen. Na het douchen gisteren avond gingen we eten en toen viel Trudy van een één trede hoog trappetje in het hotel. Gevolg een verstuikte voet. Bij het opstaan vanmorgen bleek dat verder gaan niet meer mogelijk was en we besloten de eerste de beste trein huiswaarts te nemen. Jammer, we waren nog maar 3 dagen van de Italiaanse grens. Na een snelle reis met goede treinverbinding en waren we rond 22.00 uur weer thuis in Nederhorst den Berg. Even rust en dan weer snel het volgende traject naar Rome uitzetten.

Trudy en Omère.