Indische antilope

De Indische antilope is één van de gazellen uit de uitgebreide subfamilie Antilopinae waartoe ook dwergantilopen behoren. De lichtvoetige, elegante en sierlijke Indische antilope is één van de weinige antilopen waarbij het mannetje en vrouwtje in kleur verschillen. De bok heeft een donkerbruine vacht die scherp afsteekt tegen zijn witte onderlijf en op zijn kop pronken twee gedraaide hoorns. De hinde is beige met wit en heeft geen hoorns. Ooit zwierven deze dieren met miljoenen tegelijk over de Indiase vlakten, maar hun aantal is fors afgenomen.

Indische antilope-3.jpg

Een kudde Indische antilopen bestaat uit maximaal vijftien dieren, gewoonlijk hinden met hun jongen en een enkele voswassen bok als leider. Andere volwassen mannetjes leven in aparte groepen. Op plaatsen waar veel voedsel te vinden is, voegen de kuddes zich soms samen om van de overvloed te profiteren. De antilope vertrouwt op zijn snelheid als middel om aan de roofdieren zoals luipaarden en wilde honden te ontsnappen. Daarom geeft hij de voorkeur aan open vlakten waar vijanden gemakkelijk te zien zijn. Graslanden en halfwoestijnen met wat bosjes als beschutting zijn ideaal. Meestal waarschuwt een hinde de rest van de kudde voor gevaar. Ze maakt dan enkele hoge, vlugge bokkensprongen en na enkele tellen brengt de hele kudde zich al springend in veiligheid. De Indische antilope kan snelheiden bereiken van tachtig kilometer per uur. De cheeta is het enige roofdier dat hem in kan halen, maar die is sinds 1950 uit India verdwenen.

Indische antilope-2.jpg

Als een volwassen mannetje wil paren kiest hij een gebied uit waar veel gras groeit om hinden te lokken. Hij markeert het gebied met zijn geur en jaagt andere bokken weg door dominant met zijn hoofd te schudden. Een drachtige hinde verlaat na zes maanden de kudde om op een beschutte plaats haar kalf ter wereld te brengen. Na een paar dagen is het jong sterk genoeg om mee te gaan naar de kudde.
De Indische antilope eet voornamelijk gras, maar hij lust ook fruit, bloemen, bladeren en graan. Als de hete zomer aanbreekt, trekken de meeste andere gras etende dieren naar minder droge gebieden. De Indische antilope blijft achter en voedt zich met droog gras en vochtige wortels die hij opgraaft met zijn scherpe hoeven. Tijdens het droge seizoen graast de gazelle 's ochtends vroege en 's avonds, en ligt overdag te herkauwen.

Indische antilope-7.JPG

Honderd jaar geleden leefden er naar schatting ongeveer vier miljoen antilopen in India. Tegenwoordig zijn het er slechts enkele duizenden. Voor veel mensen in India is het een heilig dieren en de Indische antilope is één van de tekenen van hun dierenriem. Heden ten dage lijdt de soort vooral onder de oprukkende boerenbedrijven die hun leefgebied bedreigen en de meeste kuddes leven in reservaten.

Op ons park zijn op 8 en 10 mei 2011 weer twee jongen geboren, kijk op; http://www.youtube.com/watch?v=XuaegeLf3-4&feature=youtube_gdata_player

Damhert

Twee bokken tonen hun kracht door hun geweien met elkaar te verstrengelen en met hun kop te draaien om hun tegenstander achteruit te duwen. Het merendeel van het jaar zijn damherten kalme, gemoedelijke dieren die tevreden staan te grazen in hun bosgebied. Zodra de paartijd aanbreekt worden de mannetjes of bokken echter agressief. Uiteindelijk zal de zwakkere van de twee zich overgeven en het dominante mannetje laten paren met de hinde van diens keuze.

Herten-5.JPG

De paartijd ofwel bronst van de damherten vindt in de herfst plaats. De mannetjes vestigen een territorium en lokken een aantal hinden of vrouwtjes naar hun plek, waarbij ze een kenmerkende roep en een dansritueel gebruiken. Zodra de bok zijn hinde heeft uitgekozen volgt hij haar enige tijd, waarna de paring begint. In de lente krijgt de moeder haar jong, meestal één maar soms twee. De moeder vormt direct een band met haar jong door het schoon te likken. De damherten worden in kudde grootgebracht en de jonge vrouwtjesherten blijven dicht bij hun moeder tot ze zelf kunnen paren, meestal na twee jaar.

Hertenkalf-4.JPG

Een hert dat gevaar ruikt, licht zijn staart op om zo de andere leden van de kudde visueel te waarschuwen. Via deze basale vorm van communiceren kan het dier zich snel voor roofdieren uit de voeten maken. Andere communicatievormen zijn blaffen om alarm te slaan en jongen herten die piepen als ze bang zijn of hun moeder aandacht willen trekken.
De hinden leven het merendeel van het jaar samen met hun jongen in kuddes en negeren de volwassen mannetjes. De bokken leven apart in kleine vrijgezellenkuddes tot aan de paartijd waarin de groepen zich drie tot vier maanden samenvoegen. De kuddeleden passen op elkaar en houden hun ogen en oren goed open voor gevaar. Hoewel de bokken onderling vechten, slaan ze bij een aanval van een roofdier bijna altijd op de vlucht.

Herten-6.JPG

Damherten hebben een ongewone manier om te ontsnappen: ze brengen alle vier de poten bij elkaar, duwen zichzelf omhoog en springen zich letterlijk in veiligheid.
Damherten eten voornamelijk grassen die ze op de bosbodem aantreffen, al voeden ze zich ook vaak met bomen en struiken. Tegen de herfst doen ze zich te goed aan eikels, fruit, paddenstoelen en zelfs stekelige bladeren. Meestal eten ze 's ochtends vroeg en tijdens de avondschemering, waarbij ze het liefst makkelijk bereikbare lage struiken en kruiden begrazen. Komen de herten echter afval tegen dat door de mens is achtergelaten, dan snuffelen ze daar tussen en experimenteren ze soms met ongewoon en wellicht ongezond voedsel. In de magen van de damherten zijn zilverpapier, snoeppapiertjes, elastiekjes en zelfs ballonnen aangetroffen.

Indische pauwen

Pauwen zijn middelgrote hoendervogels; de haan wordt gekenmerkt door een lange staart. Er zijn drie soorten:

·         de blauwe pauw(Pavo cristatus)

·         de groene pauw(Pavo muticus)

·         de Congopauw(Afropavo congensis)

Pauw-1.jpg

Ze vallen binnen de grote familie van de fazantvogels (Phasianidae) op door hun gekleurde verenkleed en de grote sierveren van de mannetjes. In tegenstelling tot de kleurige verschijning van het mannetje is het wijfje van de blauwe pauw onopvallend gekleurd. Bij de groene pauw is het onderscheid tussen de beide seksen kleiner. De pauw is waarschijnlijk de oudst bekende siervogel.

Ruim 4000 jaar geleden bereikte de pauw via Mesopotamië Europa. Oorspronkelijk werden ze vanwege hun schoonheid in parken en tuinen gehouden, maar al gauw werd gebraden pauw een culinair statussymbool. Daarnaast waren de veren zeer gewild als 'droogboeket' of versiering van dameshoeden. Pauwen komen voor in oeroude volksverhalen, daarin horen pauwen bij de liefde en bij de goden. Veel mensen geloven dat het geluk brengt een pauwenveer te vinden. Een bekend verhaal over de veren van de pauw komt uit de Griekse mythologie.

Zeus de oppergod was niet bepaald een trouwe echtgenoot. Toen Hera, zijn vrouw, achter zijn relatie met Io kwam, veranderde ze haar in een koe, sloot haar op in een grot en liet haar bewaken door Argus, een reus met honderd ogen. Zeus had medelijden met Io en stuurde Hermes op pad met de opdracht haar te bevrijden. Hermes besloot Argus in slaap te sussen met verhaaltjes. Toen dat eenmaal gebeurd was, doodde hij de reus en bevrijdde Io. Hera was woest vanwege het verlies van haar trouwe dienaar, en schonk zijn ogen aan haar lievelingsdier, de pauw.

 

Pauwen eten allerlei planten, maar ook kleine dieren (zoals slangen).

De hanen van beide soorten hebben een lange sleep, bestaande uit de sterk verlengde staartdekveren, die aan hun uiteinde een pauweoog vertonen. De sleep bestaat uit zo'n 150 kleurige veren. Als de haan zijn sleep opzet om een wijfje te veroveren zijn deze veren het duidelijkst te zien. Aan het einde van de winter wil de pauwhaan gaan paren. Als een wijfje interesse toont draait de haan zijn rug naar het vrouwtje toe zodat het vrouwtje om hem heen moet lopen om zijn prachtige veren nog te kunnen zien. Nadat dit zich een aantal malen heeft herhaald, gaat de hen tenslotte voor de haan liggen, die zijn staartveren invouwt en met het wijfje paart. Op die manier verzamelen de mannetjes twee tot vijf wijfjes om zich heen en paren met hen. Bij de Blauwe Pauw zorgt het wijfje alleen voor haar jongen. De groene pauw echter leeft in kleine groepjes bestaande uit de haan, zijn harem en de jongen. Nadat de eieren zijn uitgekomen zorgt de moeder nog lange tijd voor het jong. Mannetje en vrouwtje maken hun nest meestal in een kuiltje in de grond tussen de struiken. Maar soms ook in een dikke boom, in een leeg roofvogelnest, of zelfs op een gebouw. Het nest wordt bedekt met wat dorre bladeren of gras.

Het hennetje legt gewoonlijk vier tot acht bijna-witte eieren. Ze worden niet allemaal tegelijk gelegd. Pas na het vierde ei begint de hen te broeden. Dat doet ze ongeveer 28 dagen.

Pauw-4.jpg

Jonge kuikentjes worden met veertjes geboren, niet met dons, zoals veel andere kuikens. Al snel krijgt de geboren pauw een verenkroontje op zijn kop. Een sleepstaart krijgen de hanen pas na het derde jaar, en deze is pas volgroeid als hij 6 jaar oud is. Dit weerhoudt de jonge haantjes er niet van om zich al meteen te oefenen in het pronken. Daarbij zetten ze hun korte staartveertjes op. Ook jonge hennen vertonen soms deze houding. Als jonge pauwen honger hebben tikken ze op de snavel van de moeder, waarna ze gevoed worden. Als pauwen een goed leven hebben, kunnen ze in gevangenschap 20 tot 30 jaar oud worden.

Wilde pauwen leven in de oerwouden van tropisch Azië. Ze verblijven het liefst dicht in de buurt van water. Er wordt onderscheid gemaakt naar 3 soorten:

·         De blauwe pauw (Pavo Cristatus) leeft in India. De lengte van de haan 180 - 230 cm. waarvan de sleep 140 tot 160 cm. bedraagt. Hen 90 - 100 cm. Als de blauwe pauw 3 jaar is, is hij geslachtsrijp. Broedduur: ± 28 dagen. Ze vliegen uitstekend en rusten graag op een hoge plaats.

·         De groene pauw (Pavo Muticus) leeft in Maleisië, Indochina en het eiland Djawa. Kenmerken van de groene pauw: Grote schubvormige veerpatronen op de hals. Groene pauwen zijn veel schuwer dan blauwe pauwen en laten zich in tegenstelling tot de blauwe soort zelden in de buurt van menselijke woningen zien. Bovendien zijn groene pauwen niet zo goed bestand tegen de winter.

·         De Congopauw (Afropago congensis) is een derde soort, die voorkomt in de regenwouden, in het stroomgebied van de rivier de Kongo, maar niet uit de Pavo-familie stamt.

In gevangenschap blijken blauwe en groene pauwen gemakkelijk te kruisen. Veel gehouden kweekrassen van de blauwe pauw zijn de witte pauw, de bonte of gevlekte pauw en de zwartvleugelpauw.